Betekenis van:
elektrotechniek
elektrotechniek (de ~)
Zelfstandig naamwoord
- studie v.d. elektrische energie
"een opleiding in de elektrotechniek"
Hyperoniemen
Hyponiemen
elektrotechniek
Zelfstandig naamwoord
- de studie en praktische toepassing van alles wat met elektriciteit en elektromagnetisme te maken heeft
Voorbeeldzinnen
- voor de boordwerktuigkundige elektrotechniek („kuģu elektromehāniķis”),
- Academie of secundaire school voor zeevaartkunde, faculteit maritieme elektrotechniek, of een andere academie of hogeschool voor elektrotechniek, alle afgesloten met het „maturitní zkouška” of een staatsexamen.
- De daaruit resulterende composietmaterialen (glasvezelversterkte kunststoffen) worden in een groot aantal industrieën gebruikt: auto-industrie, elektrotechniek/elektronica, windmolenbladen, bouw, reservoirs/buizen, consumentenartikelen, ruimtevaart-/militair materieel, enz.