Betekenis van:
elektrotechniek

elektrotechniek (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • studie v.d. elektrische energie
"een opleiding in de elektrotechniek"

Hyperoniemen

Hyponiemen

elektrotechniek
Zelfstandig naamwoord
  • de studie en praktische toepassing van alles wat met elektriciteit en elektromagnetisme te maken heeft

Voorbeeldzinnen

  1. voor de boordwerktuigkundige elektrotechniek („kuģu elektromehāniķis”),
  2. Academie of secundaire school voor zeevaartkunde, faculteit maritieme elektrotechniek, of een andere academie of hogeschool voor elektrotechniek, alle afgesloten met het „maturitní zkouška” of een staatsexamen.
  3. De daaruit resulterende composietmaterialen (glasvezelversterkte kunststoffen) worden in een groot aantal industrieën gebruikt: auto-industrie, elektrotechniek/elektronica, windmolenbladen, bouw, reservoirs/buizen, consumentenartikelen, ruimtevaart-/militair materieel, enz.