Betekenis van:
elkaar
elkaar
Wederkerend voornaamwoord
- drukt uit dat van twee of meer personen ieder op zijn eigen manier tegenover de ander handelt
"Zij waren echt aan elkaar gewaagd."
elkaar
Wederkerend voornaamwoord
- drukt een onderlinge relatie, aansluiting of een snelle opeenvolging uit (met voorzetsel)
"Zij hebben een uur achter elkaar lopen praten."
Voorbeeldzinnen
- We kennen elkaar niet.
- Zij keken naar elkaar.
- Vanwaar kennen jullie elkaar?
- We kennen elkaar al.
- De apen vlooien elkaar.
- Ik schrijf liever aan elkaar.
- Tom en Mary omhelsde elkaar.
- Ze passen perfect bij elkaar.
- Ze hadden elkaar ooit geholpen.
- Waar kennen jullie elkaar van?
- De twee mannen beschuldigden elkaar.
- Ze zijn aan elkaar verwant.
- Tom was ernstig in elkaar geslagen.
- Deze twee bladeren lijken op elkaar.
- Deze bloemen lijken allemaal op elkaar.