Betekenis van:
even
even
Bijvoeglijk naamwoord
- deelbaar door twee; even
"even getallen/nummers"
"het is mij om het even"
Synoniemen
Hyperoniemen
even
Bijvoeglijk naamwoord
- deelbaar door twee
"De som van twee even getallen is weer een even getal."
even
Bijvoeglijk naamwoord
- egaal
"Je kunt alleen bouwen als de grond even is."
even
Bijvoeglijk naamwoord
- deelbaar door twee
"De som van twee even getallen is weer een even getal."
even
Bijvoeglijk naamwoord
- egaal
"Je kunt alleen bouwen als de grond even is."
even
Bijwoord
- zonder moeite , in korte tijd
"Zet de stoel even recht."
even
Bijwoord
- zonder moeite , in korte tijd
"Zet de stoel even recht."
Voorbeeldzinnen
- Om het even.
- Zou u even kunnen wachten?
- 2, 4, 6 enz. zijn even getallen.
- Laten we even bij hem aanwippen.
- Hij is ongeveer even oud als jij.
- Mag ik dat tijdschrift even zien?
- Ze is even jong als ik.
- Maria zwemt even snel als Jakobo.
- Wilt u me uw paspoort even laten zien alstublieft?
- Was er zo-even een boek op het bureau?
- Het is ongeveer even groot als een ei.
- Om het even wat ze eet, ze verdikt niet.
- Haal alsjeblieft uit de kamer hiernaast even een stoel voor me.
- We zijn nooit even gelukkig of ongelukkig als we onszelf indenken.
- De bevolking van Shanghai is even groot als die van Tokio.