Betekenis van:
evenwicht

evenwicht
Zelfstandig naamwoord
  • een toestand waarin de alle werkzame krachten elkaar tenietdoen
"Door toevoeging van dat laatste gewicht kwam de weegschaal weer in evenwicht."

Voorbeeldzinnen

  1. Het evenwicht van de natuur is heel kwetsbaar.
  2. De persoon aan de linkerzijde verstoort het evenwicht in het beeld.
  3. NPV in evenwicht
  4. Openheid en evenwicht
  5. juist evenwicht tussen de geslachten.
  6. bevordering van een territoriaal evenwicht.
  7. Evenwicht tussen de verschillende steunmaatregelen
  8. Het evenwicht tussen kosten en baten
  9. Beginselen van eenheid, begrotingswaarachtigheid, evenwicht en rekeneenheid
  10. De ontvangsten en uitgaven zijn in evenwicht.
  11. BEGINSELEN VAN EENHEID, BEGROTINGSWAARACHTIGHEID, EVENWICHT EN REKENEENHEID
  12. een adequaat evenwicht tussen aanbod en vraag,
  13. het algemene evenwicht tussen de verschillende acties van het programma;
  14. aan het bodemmonster geadsorbeerde massa teststof bij het adsorptie-evenwicht
  15. In het aanbod wordt gestreefd naar kwaliteit, evenwicht en diversiteit.