Betekenis van:
extrapoleren

extrapoleren
Werkwoord
  • uit bekende termen van een reeks de daarbuiten gelegen termen berekenen [wiskunde]
  • ervaringsgegevens toepassen op een ander gebied
  • een gevolg trekken over het onbekende door iets dat bekend is

Voorbeeldzinnen

  1. ratio's of een andere tussenberekening die nodig is om de minimumnormen voor extrapolatie toe te passen, kunnen worden afgeleid uit van toezichthouders verkregen gegevens indien een betrouwbaar verband kan worden vastgesteld tussen de te extrapoleren statistische uitsplitsing en dergelijke gegevens.
  2. Met het oog hierop werd het nodig geacht de bevindingen van de steekproef te extrapoleren, waarbij ook de bedrijven werden betrokken waarbij geen dumping werd vastgesteld, om de dumpingmarge van de niet in de steekproef opgenomen bedrijven te kunnen schatten.
  3. indien de bijdrage van geldmarktfondsen die hun totale activa slechts eenmaal per jaar rapporteren, meer bedraagt dan 30 % van de totale geldmarktfondsbalans in een bepaalde lidstaat, extrapoleren NCB's de door geldmarktfondsen en kredietinstellingen gerapporteerde gegevens afzonderlijk als volgt:
  4. Schat de aanloopfase tL uit de afbraakcurve (de semilogaritmische grafiek) door het lineaire gedeelte te extrapoleren tot nul afbraak of anders door de tijd te bepalen tot ongeveer 10 % afbraak (zie de figuren 1a en 1b).