Betekenis van:
feitelijk

feitelijk
Bijvoeglijk naamwoord
  • zo niet op papier dan toch wel in werkelijkheid
"Dit is een feitelijke erkenning van zijn ongelijk."
feitelijk
Bijvoeglijk naamwoord
  • echt; voorkomend; feitelijk; eigenlijk; lichamelijk; werkelijk; als in de werkelijkheid; werkelijk
"de feitelijke macht(hebbers)"
"de feitelijke situatie/toestand"

Synoniemen

Hyperoniemen

feitelijk
Bijvoeglijk naamwoord
  • eigenlijk.
feitelijk
Bijwoord
  • zo niet op papier dan toch wel in werkelijkheid
"Hij heeft feitelijk niets meer te vertellen."