Betekenis van:
fuif

fuif (de ~ | meervoud fuiven)
Zelfstandig naamwoord
  • vrolijk dansfeest
"een fuif geven/houden"
"een fuif organiseren"

Hyperoniemen

fuif
Zelfstandig naamwoord
  • vrolijk besloten feest
"Veel mensen drinken bier op een fuif."

Werkwoord