Betekenis van:
genoeg
genoeg
Tussenwerpsel
- stop!
"Genoeg daarmee!"
genoeg
Onbepaald voornaamwoord
- voldoende, in een hoeveelheid die niet te veel en niet te weinig is
"Zo is het wel genoeg thee."
Voorbeeldzinnen
- Wij hebben genoeg tijd.
- Zo is het genoeg.
- Deze kamer is groot genoeg.
- Tom is niet snel genoeg.
- Hij had niet genoeg geld.
- Tom is niet oud genoeg.
- Ik heb genoeg van hem.
- Zij is niet goed genoeg voor hem.
- Wij zijn hier lang genoeg geweest.
- Zijn er genoeg stoelen voor iedereen?
- Het is warm genoeg om te zwemmen.
- Deze maaltijd is genoeg voor twee personen.
- Het recept is genoeg voor zes mensen.
- Hij is sterk genoeg om dat op te tillen.
- Ik heb niet genoeg geld voor het ogenblik.