Betekenis van:
geschiktheid

geschiktheid
  • De capaciteit om iets goed te doen. Ze worden meestal verworven of geleerd, in tegenstelling tot capaciteiten, die vaak als aangeboren worden beschouwd.
geschiktheid
  • Voldoende voor een bepaald doel.

Voorbeeldzinnen

  1. Geschiktheid van donors
  2. Technische en beroepsmatige geschiktheid
  3. GESCHIKTHEID VOOR GEBRUIK
  4. GESCHIKTHEID VOOR VERVOER
  5. Geschiktheid voor gebruik
  6. Conformiteit of geschiktheid voor gebruik
  7. Geschiktheid voor het beoogde gebruik
  8. Geschiktheid om dienst te doen
  9. Geschiktheid van steun als beleidsinstrument
  10. Geschiktheid van het aquatische medium en duurzaambeheerplan
  11. Geschiktheid van en toezicht op het personeel
  12. BPM’s controleren eurobankbiljetten op echtheid en geschiktheid
  13. EG-verklaring van geschiktheid voor gebruik
  14. CONFORMITEIT EN GESCHIKTHEID VOOR GEBRUIK VAN INTEROPERABILITEITSONDERDELEN
  15. Proefondervindelijke typekeuring (geschiktheid voor het gebruik)