Betekenis van:
gezelschap
gezelschap (het ~)
Zelfstandig naamwoord
- het samenzijn met anderen
"gezelschap zoeken"
"iemands gezelschap op prijs stellen"
Hyperoniemen
gezelschap (het ~ | meervoud gezelschappen)
Zelfstandig naamwoord
- vereniging mbt. kunst of wetenschap; groep mensen
"een wijsgerig gezelschap"
"een gezelschap vormen"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
gezelschap
Zelfstandig naamwoord
- een groep mensen die iets gemeen hebben
"Het hele gezelschap was gezellig op skivakantie."
gezelschap
Zelfstandig naamwoord
- ''iemand ~ houden''': bij iemand blijven die anders alleen zou zijn
"Ik kan je niet langer gezelschap houden, ik moet naar m'n werk."
gezelschap
Zelfstandig naamwoord
- een vereniging met een bepaald doel
"Er bestaat een gezelschap dat zich richt op de studie hiervan."
Voorbeeldzinnen
- Rijden alleen toegestaan in gezelschap van andere rijbewijshouder
- Makaken en meerkatten hebben het gezelschap van soortgenoten nodig.
- Op 19 december 2007 hebben de diensten van de Commissie een ontmoeting gehad met de Roemeense autoriteiten, in gezelschap van vertegenwoordigers van Flavus.
- Reisverzekeringspolis voor de groep (of individueel voor elk lid van het gezelschap) die geldig is op het gehele grondgebied van de lidstaten die worden bezocht op basis van de uitgestippelde route.
- Al deze manieren om de bewegingsruimte van de proefdieren facultatief te beperken bieden het voordeel dat de dieren toegang hebben tot een adequate leefomgeving en het gezelschap van soortgenoten, terwijl het toch mogelijk is ze af te zonderen ten behoeve van het voederen, schoonmaken en experimentele ingrepen zoals het toedienen van producten en bloedafnamen.