Betekenis van:
gitaar

gitaar (de ~ | meervoud gitaren)
Zelfstandig naamwoord
  • snaarinstrument met zes snaren
"elektrische/akoestische gitaar"
"op de gitaar tokkelen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

gitaar
Zelfstandig naamwoord
  • een muziekinstrument, gewoonlijk met zes snaren, bespeeld met de vingers of een plectrum

Voorbeeldzinnen

  1. Mijn oudere zus speelt goed gitaar.
  2. Ik wil dat ge gitaar speelt voor mij.
  3. Ik wou dat ik die gitaar kon kopen.