Betekenis van:
gitaar
gitaar (de ~ | meervoud gitaren)
Zelfstandig naamwoord
- snaarinstrument met zes snaren
"elektrische/akoestische gitaar"
"op de gitaar tokkelen"
Hyperoniemen
Hyponiemen
gitaar
Zelfstandig naamwoord
- een muziekinstrument, gewoonlijk met zes snaren, bespeeld met de vingers of een plectrum
Voorbeeldzinnen
- Mijn oudere zus speelt goed gitaar.
- Ik wil dat ge gitaar speelt voor mij.
- Ik wou dat ik die gitaar kon kopen.