Betekenis van:
grootbrengen

grootbrengen
Werkwoord
  • het ouderschap over opgroeiende kinderen uitoefenen
"Een gezin met zes kinderen groot te brengen is geen eenvoudige zaak."
grootbrengen
Werkwoord
  • doen opgroeien; opvoeden; mensen of dieren grootbrengen
"hij werd samen met zijn zus door zijn tante grootgebracht"

Synoniemen

Hyperoniemen