Betekenis van:
hallo

hallo
Tussenwerpsel
  • groet

Voorbeeldzinnen

  1. Hallo!
  2. Hallo meiden.
  3. Hallo! Goedemorgen!
  4. Hallo, Tom.
  5. Hallo wereld!
  6. Hallo, Tom.
  7. Hallo allemaal!
  8. Hallo, ik ben Sepideh.
  9. Hallo, ik ben Nancy.
  10. Hallo. Hier spreekt Ogawa.
  11. Hallo, ik ben Mike.
  12. Hij zei de vrouw hallo.
  13. Hallo? Bent u er nog?
  14. Hallo John! Hoe gaat het?
  15. Hallo, is meneer Freeman er?