Betekenis van:
handelsrelatie

handelsrelatie
Zelfstandig naamwoord
  • persoon met wie men een zakelijke betrekking heeft

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Het gevaar bestaat dat deze klanten om die reden wraak willen nemen, mogelijk door beëindiging van de handelsrelatie.
  2. Indien de medewerkende EG-producenten hun productie zouden beperken of staken, zou een gunstige handelsrelatie in gevaar komen.
  3. Op grond van artikel 82 van het EG-Verdrag en artikel 54 van de EER-Overeenkomst heeft de Commissie in haar voorlopige beoordeling haar bezorgdheid geuit over de decennialange handelsrelatie tussen De Beers en haar grootste concurrent ALROSA.
  4. Doordat de eerder door De Beers doorverkochte hoeveelheid diamanten van ALROSA wordt vrijgegeven en de handelsrelatie van De Beers met ALROSA na het verstrijken van de overgangsperiode volledig wordt stopgezet, komen de verbintenissen tegemoet aan de bezwaren ten aanzien van de beperkte toegang tot een alternatieve leveringsbron van ruwe diamanten en de verstoorde concurrentie tussen De Beers en de op een na grootste marktdeelnemer.
  5. Volgens enkele belanghebbenden moest één producent die voorlopig was opgenomen in de definitie van de productie van de Gemeenschap en de bedrijfstak van de Gemeenschap worden uitgesloten, omdat hij een handelsrelatie met een Chinese producent/exporteur zou hebben en met name tijdens het onderzoektijdvak grote hoeveelheden Chinese hefboommechanismen invoerde.