Betekenis van:
haver
haver (de ~)
Zelfstandig naamwoord
- graansoort
"iemand van haver tot gort kennen"
"voor het paard was er een zak met haver"
Hyperoniemen
haver
Zelfstandig naamwoord
- een éénjarige plant die behoort tot de Grassenfamilie en die tevens een graansoort is
Voorbeeldzinnen
- Haver
- Haver
- Haver
- Haver:
- Naakte haver
- van haver
- 0,3 Haver
- Gemalen haver
- van haver:
- eiwithydrolysaten, haver-
- 2 Haver
- (haver) + 2.01.01.06.
- 0,2 haver
- haver, gehydrolyseerd
- Haver [1]