Betekenis van:
haver

haver (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • graansoort
"iemand van haver tot gort kennen"
"voor het paard was er een zak met haver"

Hyperoniemen

haver
Zelfstandig naamwoord
  • een éénjarige plant die behoort tot de Grassenfamilie en die tevens een graansoort is

Voorbeeldzinnen

  1. Haver
  2. Haver
  3. Haver
  4. Haver:
  5. Naakte haver
  6. van haver
  7. 0,3 Haver
  8. Gemalen haver
  9. van haver:
  10. eiwithydrolysaten, haver-
  11. 2 Haver
  12. (haver) + 2.01.01.06.
  13. 0,2 haver
  14. haver, gehydrolyseerd
  15. Haver [1]