Betekenis van:
hechting

hechting (de ~ | meervoud hechtingen)
Zelfstandig naamwoord
  • het hechten van wonden
"een wond met vijf hechtingen"
"de hechtingen [verwijderen/eruit halen]"

Hyperoniemen

hechting (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • draad waarmee de naden van een wond gehecht worden
"de hechting van de verf"

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Hechting (punt 2.5)
  2. Hechting (punt 2.6.2)
  3. Hechting: Muurverven (met uitzondering van transparante primers) dienen een voldoende te scoren in de EN 24624-lostrekproef voor hechting (ISO 4624); vloercoatings, vloerverven en grondverven voor beton-, hout- en metaalcoatings dienen ten minste een 2 te scoren in de EN 2409-ruitjesproef voor hechting.
  4. Garens van 33 tex of een veelvoud daarvan (± 7,5 %), vervaardigd van verspinbare continuglasvezels met een nominale diameter van 3,5 of4,5 μm, hoofdzakelijk bestaande uit vezels met een diameter van 3 of meer doch niet meer dan 5,2 μm, niet behandeld voor hechting aan elastomeren
  5. Garens van 33 tex of een veelvoud daarvan (±7,5 %), vervaardigd van verspinbare continuglasvezels met een nominale diameter van 3,5 of 4,5 μm, hoofdzakelijk bestaande uit vezels met een diameter van 3 of meer doch niet meer dan 5,2 μm, niet behandeld voor hechting aan elastomeren