Betekenis van:
heffing

heffing (de ~ | meervoud heffingen)
Zelfstandig naamwoord
  • belasting; het gevorderd bedrag
"een heffing op [brandstoffen]"
"de lagere heffing kost de fiscus 111 miljoen frank"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen


Voorbeeldzinnen

  1. 1160 Aanvullende heffing
  2. Heffing op tarieven
  3. Voorkomen van dubbele heffing of niet-heffing van belasting
  4. Kwijtschelden van heffing voor 2004
  5. Geen belasting, recht of heffing
  6. HEFFING VAN HET ANTIDUMPINGRECHT MET TERUGWERKENDE KRACHT
  7. Overschot waarvoor heffing moet worden betaald
  8. herberekening van de verschuldigde extra heffing
  9. Uitstel betaling heffing tot 31 december 2005
  10. Heffing voor eeuwigdurend vruchtgebruik van grond
  11. Totaal aantal producenten dat tot de heffing moet bijdragen
  12. Het bedrag van deze heffing wordt vastgelegd in de financiewet.
  13. Vrijstelling van de domaniale heffing voor 2000 voor alle viskwekers
  14. Conclusie over de vrijstelling van de heffing op het elektriciteitsverbruik
  15. Criteria voor de verdeling van een teveel aan heffing