Betekenis van:
hiërarchie

hiërarchie (de ~ | meervoud hiërarchieën)
Zelfstandig naamwoord
  • rangorde; volgorde volgens rang
"een strenge hiërarchie"
"aan de top van de hiërarchie van de rijkspolitie staat de Algemeen Inspecteur"

Synoniemen

Hyperoniemen

hiërarchie
Zelfstandig naamwoord
  • rangorde.

Voorbeeldzinnen

  1. Hiërarchie
  2. De missie heeft een eengemaakte hiërarchie.
  3. De missie heeft een eengemaakte hiërarchie:
  4. De missie heeft, als crisisbeheersingsoperatie, een eengemaakte hiërarchie.
  5. Deze machtiging omvat de bevoegdheid om het uitvoeringsplan en de hiërarchie te wijzigen.
  6. Wanneer deze dieren in groepen worden gehouden, komt er snel een welomschreven hiërarchie tot stand.
  7. Lidstaten moeten bij de toepassing van die criteria een bepaalde hiërarchie hanteren.
  8. De lijst hierna specificeert de verwachte waarden (volgens de overeengekomen hiërarchie) voor deze eigenschappen ten behoeve van de OFI-statistieken:
  9. De lijst hierna specificeert de verwachte waarden (volgens de overeengekomen hiërarchie) voor deze eigenschappen ten behoeve van de balanspoststatistieken:
  10. Onverminderd de hiërarchie werkt het hoofd van de missie coördinerend samen met de delegatie van de Commissie.
  11. Onverminderd de hiërarchie werkt het hoofd van de missie tevens in nauwe coördinatie samen met de delegatie van de Commissie.
  12. Onverminderd de hiërarchie werkt het hoofd van de missie tevens coördinerend samen met de delegatie van de Commissie.
  13. De lijst hierna specificeert de verwachte waarden (volgens de overeengekomen hiërarchie) voor deze eigenschappen ten behoeve van deze statistieken:
  14. Aan de hand van deze zes tekens kunnen de nationale douaneautoriteiten indien nodig een hiërarchie van douanekantoren bepalen.
  15. IN DE MENING dat hetgeen hier is uiteengezet niet bedoeld is om een hiërarchie te creëren tussen dit Verdrag en andere internationale overeenkomsten;