Betekenis van:
hiërarchie
hiërarchie (de ~ | meervoud hiërarchieën)
Zelfstandig naamwoord
- rangorde; volgorde volgens rang
"een strenge hiërarchie"
"aan de top van de hiërarchie van de rijkspolitie staat de Algemeen Inspecteur"
Synoniemen
Hyperoniemen
hiërarchie
Zelfstandig naamwoord
- rangorde.
Voorbeeldzinnen
- Hiërarchie
- De missie heeft een eengemaakte hiërarchie.
- De missie heeft een eengemaakte hiërarchie:
- De missie heeft, als crisisbeheersingsoperatie, een eengemaakte hiërarchie.
- Deze machtiging omvat de bevoegdheid om het uitvoeringsplan en de hiërarchie te wijzigen.
- Wanneer deze dieren in groepen worden gehouden, komt er snel een welomschreven hiërarchie tot stand.
- Lidstaten moeten bij de toepassing van die criteria een bepaalde hiërarchie hanteren.
- De lijst hierna specificeert de verwachte waarden (volgens de overeengekomen hiërarchie) voor deze eigenschappen ten behoeve van de OFI-statistieken:
- De lijst hierna specificeert de verwachte waarden (volgens de overeengekomen hiërarchie) voor deze eigenschappen ten behoeve van de balanspoststatistieken:
- Onverminderd de hiërarchie werkt het hoofd van de missie coördinerend samen met de delegatie van de Commissie.
- Onverminderd de hiërarchie werkt het hoofd van de missie tevens in nauwe coördinatie samen met de delegatie van de Commissie.
- Onverminderd de hiërarchie werkt het hoofd van de missie tevens coördinerend samen met de delegatie van de Commissie.
- De lijst hierna specificeert de verwachte waarden (volgens de overeengekomen hiërarchie) voor deze eigenschappen ten behoeve van deze statistieken:
- Aan de hand van deze zes tekens kunnen de nationale douaneautoriteiten indien nodig een hiërarchie van douanekantoren bepalen.
- IN DE MENING dat hetgeen hier is uiteengezet niet bedoeld is om een hiërarchie te creëren tussen dit Verdrag en andere internationale overeenkomsten;