Betekenis van:
hoes

hoes (de ~ | meervoud hoezen)
Zelfstandig naamwoord
  • overtrek; stoffen hoes
"een leren hoes"
"het hoesje van een cd"

Synoniemen

Hyperoniemen

hoes
Zelfstandig naamwoord
  • een bescherming die om een -meest vlak- voorwerp wordt aangebracht
"Op de hoes van deze plaat stond de zanger afgebeeld."

Voorbeeldzinnen

  1. Hoes
  2. Hoes (enveloppe)
  3. Hoes (cover)
  4. Hoes (cover)
  5. Hoes, van staal SV
  6. Twee zetels van lid zijn vrijgekomen als gevolg van het aftreden van de heren JANSEN en HOES.