Betekenis van:
hom

hom (de ~ | meervoud hommen)
Zelfstandig naamwoord
  • klier bij mannetjesvissen
"gebakken hom"

Hyperoniemen

hom (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • vissenzaad
"met hom en kuit"
"hom of kuit geven"

Hyperoniemen

hom
Zelfstandig naamwoord
  • teelvocht van de mannetjes der benige vissen