Betekenis van:
huisarrest

huisarrest (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • verbod om je huis te verlaten
"huisarrest hebben"
"onder huisarrest (staan)"

Hyperoniemen

huisarrest
Zelfstandig naamwoord
  • een strafbepaling waarbij iemand verboden wordt het eigen huis te verlaten of er onbeperkt mensen te ontvangen
"Hij kreeg huisarrest opgelegd."

Voorbeeldzinnen

  1. Onder huisarrest geplaatst in Kinsjasa sinds maart 2005.
  2. Andere informatie: Onder huisarrest in Kinsjasa sinds maart 2005.
  3. Overige informatie: Gearresteerd en onder huisarrest geplaatst in Kinshasa sinds maart 2005.
  4. Overige informatie: sinds maart 2005 onder huisarrest in Kinshasa in verband met de betrokkenheid van de FRPI bij mensenrechtenschendingen.
  5. In Kinshasa gearresteerd en onder huisarrest sinds maart 2005 in verband met de betrokkenheid van de FNI bij mensenrechtenschendingen.
  6. Sinds maart 2005 onder huisarrest in Kinshasa in verband met de betrokkenheid van de FRPI bij mensenrechtenschendingen.
  7. Overige informatie: in Kinshasa gearresteerd en onder huisarrest sinds maart 2005 in verband met de betrokkenheid van de FNI bij mensenrechtenschendingen.