Betekenis van:
ieder
ieder
Onbepaald voornaamwoord
- elk, alle afzonderlijk,
"In ieder geval."
Voorbeeldzinnen
- Ieder zijn eigen passie.
- Ieder zijn eigen ding.
- Hij gaf ieder een pen.
- Ieder van hen kreeg een prijs.
- Ieder van ons ging behalve hij.
- Ieder van u kan het doen.
- Ik ben tegen ieder soort oorlog.
- Hij gaat ieder jaar naar Karuizawa.
- Ieder van ons, behalve hij, ging.
- Ieder het zijne
- Ieder molecuul in ons lichaam heeft een unieke vorm.
- Ieder jaar komen veel toeristen naar dit eiland.
- Maak dat je hier wegkomt! Ieder van jullie!
- Ieder grootste geluk moet allerminst geloofd worden
- Gelukkige gezinnen lijken alle op elkaar, ieder ongelukkig gezin is ongelukkig op zijn eigen wijze.