Betekenis van:
iglo

iglo (de ~ | meervoud iglo's)
Zelfstandig naamwoord
  • hut van ijsblokken
"de eskimo's woonden in iglo's"
"de iglo smelt"

Synoniemen

Hyperoniemen

iglo
Zelfstandig naamwoord
  • een traditionele, meestal ronde behuizing van de Inuit die vervaardigd is van stevige sneeuwblokken
"Er wonen niet zo veel mensen meer in iglo's."