Betekenis van:
individueel
individueel
Bijvoeglijk naamwoord
- ieder afzonderlijk persoon betreffend
"individueel onderwijs"
"individuele verantwoordelijkheid"
Synoniemen
individueel
Bijvoeglijk naamwoord
- afzonderlijk, op zichzelf
Voorbeeldzinnen
- Individueel identificatienummer (indien mogelijk):
- Individueel maximum voor zoogkoeien
- Individueel (hoofdeenheid) [6] [9]
- individueel worden gemerkt;
- Elk optiecontract wordt individueel geherwaardeerd.
- Vragen op individueel niveau — verplicht
- een document dat elk individueel dier vergezelt;
- Sociale en vrijetijdsactiviteiten op individueel niveau
- gevaccineerd hobbypluimvee individueel wordt geïdentificeerd en alleen:
- individueel aan te melden steun op basis van een regeling
- De leden brengen hun stem individueel en persoonlijk uit.
- INDIVIDUEEL PASPOORT VOOR DIEREN IN EEN CIRCUS of DIERENNUMMER
- Het scheidsgerecht wordt in elk individueel geval samengesteld.
- Deze gevallen moeten individueel bij de Autoriteit worden aangemeld.
- In overeenstemming met artikel 27, lid 3, van de basisverordening zal de betrokken onderneming individueel worden onderzocht en zal voor haar een individueel compenserend recht worden vastgesteld.