Betekenis van:
instelbaar

instelbaar
Bijvoeglijk naamwoord
  • in te stellen
"makkelijk instelbaar"

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. instelbaar meetinstrument
  2. Elektrische condensatoren (vast, regelbaar of instelbaar)
  3. Instelbaar op een temperatuur van 4 ± 2 °C.
  4. Waterbad met thermostaat, instelbaar op 60 °C en 100 °C
  5. De grenswaarden onder nummers 3.1.1 en 3.1.2 mogen niet instelbaar zijn.
  6. Dissels kunnen uit meer dan een onderdeel bestaan en instelbaar of gebogen zijn.
  7. UV-detector met variabele golflengte, instelbaar op 205 nm, met een gevoeligheid van 0,008 Å;
  8. afhankelijk van de aard van de te verrichten werkzaamheden, met de hand of automatisch instelbaar zijn,
  9. Thermostatisch geregeld waterbad, instelbaar op 35 en 40 ± 1 °C, met schudder
  10. verplaatsbaar over een vooraf ingestelde afstand (voor systemen die instelbaar zijn door middel van bv. een kabel, arm of steun);
  11. De vertragingsperiode mag instelbaar zijn om deze aan de persoonlijke omstandigheden van de gebruiker aan te passen.
  12. wanneer het apparaat is uitgerust met een verwarmingselement tegen condensvorming dat door de eindgebruiker kan worden in- en uitgeschakeld, wordt dit ingeschakeld en, wanneer instelbaar, op maximaal vermogen gezet;