Betekenis van:
integraal
integraal (de ~ | meervoud integralen)
Zelfstandig naamwoord
- wiskundige functie
"de integraal berekenen"
Hyperoniemen
integraal
Zelfstandig naamwoord
- limiet van de som van onbepaald afnemende termen
integraal
Bijvoeglijk naamwoord
- totaal; in z'n geheel
"een integrale uitvoering van [de Mattheuspassion]"
"de wedstrijd zal integraal worden uitgezonden"
Synoniemen
Hyperoniemen
integraal
Bijvoeglijk naamwoord
- voltallig, geheel: -grale publicatie (bw) (bn)
Voorbeeldzinnen
- Bevestigingspunten integraal koetswerk te zeer verroest.
- Leidraden die integraal deel uitmaken van de IFRSs zijn dwingend.
- Deze overwegingen worden door de Commissie integraal bekrachtigd.
- Deze bijlage maakt integraal deel uit van IAS 39.
- Deze bijlage maakt integraal deel uit van de interpretatie.
- Leidraden die geen integraal deel uitmaken van de IFRSs bevatten geen vereisten voor de jaarrekening.
- Bovendien zal een integraal programma de samenwerking tussen de verschillende niveaus van onderwijs en opleiding bevorderen.
- De stationeringsfase zou in beginsel integraal door de Gemeenschap moeten worden gefinancierd.
- De elektrische transformator van het speelgoed vormt geen integraal deel van het speelgoed.
- De maatregel is een integraal onderdeel van de algemene regels voor de vaststelling van de heffingsgrondslag.
- Integraal bekrachtigde stuurinrichtingen, waarbij de stuurkracht uitsluitend door onder 1.1.4 gedefinieerde servo-inrichtingen wordt geleverd.
- Het nieuwe hoofdstuk 34 is bij onderhavig besluit gevoegd en vormt daar integraal deel van uit.
- In al die leidraden wordt vermeld of deze integraal deel uitmaken van de IFRSs.
- Het hoger onderwijs moet als integraal element — dat vaak ontbreekt — van een allesomvattende innovatiestrategie worden gesteund.
- de stof of het voorwerp wordt geproduceerd als een integraal onderdeel van een productieproces; en