Betekenis van:
jasje

jasje
Zelfstandig naamwoord
  • verkleinwoord van jas, een kledingstuk dat over andere kledingstukken gedragen wordt en die de romp en armen bedekt

Voorbeeldzinnen

  1. Zoals de wind waait, waait zijn jasje.
  2. Ik vind het rode jasje niet leuk.
  3. Er zitten knopen op het jasje.