Betekenis van:
juli
juli (de ~)
Zelfstandig naamwoord
- zevende maand v.h. jaar; benaming voor juli
"in juli"
Synoniemen
Hyperoniemen
juli
Zelfstandig naamwoord
- de zevende maand van het jaar
"In juli begint voor veel kinderen de schoolvakantie."
juli
Zelfstandig naamwoord
- de zevende maand van het jaar
"In juli begint voor veel kinderen de schoolvakantie."
Voorbeeldzinnen
- Ik verjaar in Juli.
- Tanabata wordt gevierd in juli.
- Ik kom hier elke vierde juli.
- Ze kwamen in New Delhi aan op 9 juli.
- Kan men een datum aanduiden, waarop een taal begon te leven? Men is geneigd te antwoorden: "Wat een vraag!" . En toch bestaat er zulk een datum: 26 juli, Esperantodag. Op die dag in 1887 verscheen in Warschau een brochure van Ludwik Lejzer Zamenhof over de "Internationale Taal".
- juli
- juli
- Juli
- juli 2004
- juli-december
- Juli 2006
- Juli/augustus
- Juli 2008
- 1 juli
- 15 juli