Betekenis van:
kandidaat

kandidaat (de ~ | meervoud kandidaten)
Zelfstandig naamwoord
  • drager laagste academische graad
"kandidaat in de taalwetenschap"

Hyperoniemen

kandidaat (de ~ | meervoud kandidaten)
Zelfstandig naamwoord
  • deelnemer aan een quiz
"de vorige kandidaat"

Hyperoniemen

kandidaat (de ~ | meervoud kandidaten)
Zelfstandig naamwoord
  • sollicitant
"zich kandidaat stellen voor"
"kandidaat zijn voor"

Hyperoniemen

Hyponiemen

kandidaat
Zelfstandig naamwoord
  • iemand die zich verkiesbaar gesteld heeft voor een politiek ambt
"Voorbeeldzin met het kandidaat erin."
kandidaat
Zelfstandig naamwoord
  • iemand die zich beschikbaar geteld heeft voor een baan of functie
"Er waren erg veel kandidaten voor de positie."
kandidaat (de ~ | meervoud kandidaten)
Zelfstandig naamwoord
  • iemand die examen doet; kandidaat voor een examen

Synoniemen

Hyperoniemen