Betekenis van:
kapper

kapper (de ~ | meervoud kappers)
Zelfstandig naamwoord
  • iemand die beroepsmatig haren knipt; kapper; kapper
"naar de kapper gaan"

Synoniemen

Hyperoniemen

kapper
Zelfstandig naamwoord
  • iemand die beroepsmatig de kapsels van mensen verzorgt

Voorbeeldzinnen

  1. Ach, je bent naar de kapper geweest.
  2. Het wordt tijd dat je naar de kapper gaat.
  3. Capparis Spinosa Extract is een extract van de knoppen en bessen van de kapper, Capparis spinosa, Capparidaceae