Betekenis van:
kavel

kavel (de ~ | meervoud kavels, kavelen)
Zelfstandig naamwoord
  • stuk waarin land verdeeld wordt

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. De Commissie kan instemmen met de argumenten van Duitsland om de kavel „Zuid” aan te kopen.
  2. Wanneer de toepassing van de toewijzingscoëfficiënt tot gevolg zou hebben dat een hoeveelheid van minder dan 10 ton resteert, wordt die hoeveelheid als een enkele kavel beschouwd.
  3. Voorts kunnen de gemeenten wel een inschrijvingsprocedure organiseren wanneer zij percelen willen verkopen, maar niet wanneer zij een kavel willen aankopen dat met hun plan inzake bouwrijp maken overeenstemt.