Betekenis van:
kleuter

kleuter (de ~ | meervoud kleuters)
Zelfstandig naamwoord
  • kind van vier tot zes jaar
"een kleine kleuter"
"een klas kleuters"

Hyperoniemen

Hyponiemen

kleuter
Zelfstandig naamwoord
  • een jong kind in de leeftijd van vier tot zes jaar
"De kleuter fietste op zijn driewieler door het huis."

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Het aantal aan boord beschikbare reddingsvesten voor kleuters moet gelijk zijn aan minstens 2,5 % van het aantal passagiers aan boord of dient zo nodig hoger te liggen om ervoor te zorgen dat voor elke kleuter een reddingsvest beschikbaar is.
  2. zorgen voor een voldoende aanbod van aantrekkelijke en toegankelijke onderwijs- en opleidingsmogelijkheden van goede kwaliteit op alle niveaus, met inbegrip van de verbetering van de vaardigheden en kwalificaties van het personeel, de bevordering van flexibele leertrajecten en nieuwe benaderingen in het school- en kleuteronderwijs, maatregelen om een significante daling van het aantal vroegtijdige schoolverlaters en stijging van het aantal leerlingen dat het middelbaar onderwijs volledig afmaakt te bereiken, en betere toegang tot het kleuter- en schoolonderwijs;