Betekenis van:
klif

klif (het ~ | meervoud kliffen)
Zelfstandig naamwoord
  • steile rotskust
"rode klif"

Hyperoniemen

klif
Zelfstandig naamwoord
  • steile hoge rots

Voorbeeldzinnen

  1. We stonden aan de rand van een klif.
  2. Nog één stap en je valt van de klif af.