Betekenis van:
kozijn
kozijn (het ~ | meervoud kozijnen)
Zelfstandig naamwoord
- omlijsting v.e. deur of raam
"in het kozijn"
"houten/metalen/kunststof kozijnen"
Hyperoniemen
kozijn
Zelfstandig naamwoord
- rand van een raam of deur waar de ruit of de deur in gevat is
Voorbeeldzinnen
- Ik heb 1000 yen geleend van mijn kozijn.
- Hij ging weg om bij zijn kozijn te blijven.
- Deuren en ramen, ook indien aangeboden met kozijn of drempel, worden als één stuk aangemerkt.
- Vensters en vensterdeuren, ook indien aangeboden met kozijn, worden als één stuk aangemerkt.
- Deuren, ook indien aangeboden met kozijn of drempel, worden als één stuk aangemerkt.
- Om aan het beoogde doel te beantwoorden, moeten de vergrendelingen bij opening van het raam de afstand tussen de lijst en het kozijn beperken tot een zodanige maximumafstand dat een klein kind niet door de opening kan, met name rekening houdend met de ontwikkelingsmogelijkheden en de antropometrische gegevens van kinderen op verschillende leeftijden.