Betekenis van:
kuip

kuip (de ~ | meervoud kuipen)
Zelfstandig naamwoord
  • wijde bak
"een kuip(je) boter"
"weten wat voor vlees je in de kuip hebt"

Hyperoniemen

kuip
Zelfstandig naamwoord
  • houten vat bestaande uit duigen en ringen
"In de kuip worden appels tot moes gemaakt."

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Kuip (tub)
  2. Kuip, met deksel