Betekenis van:
leerkracht
leerkracht (de ~ | meervoud leerkrachten)
Zelfstandig naamwoord
- iem. die onderwijs geeft
"ouders en leerkrachten (van de St.- Dominicusschool)"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
leerkracht
Zelfstandig naamwoord
- iemand die lesgeeft
"De leerkracht wist in de moeilijke klas goed orde te houden."
Voorbeeldzinnen
- Hij boog voor zijn leerkracht.
- Waarom vraag je je leerkracht niet om raad?
- De man waar ik mee aan het praten was is mijn leerkracht Engels.