Betekenis van:
lenen

lenen
Werkwoord
  • ''zich ~ tot/voor''; mogelijk maken
"Het weer leent zich vandaag voor een wandeling."
lenen
Werkwoord
  • iets tijdelijk gebruiken wat niet van jou is, dikwijl in ruil voor een kleine vergoeding
"Het boek dat jullie lenen van Jan, wil hij over een week weer terughebben."
leen (het ~ | meervoud lenen)
Zelfstandig naamwoord
  • onroerende zaak, met name grond, landerijen e.d., die door een heer aan een vazal voor gebruik werd afgestaan
"iets te leen hebben/geven/krijgen/vragen"
"[grond] in leen hebben/ontvangen/krijgen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord