Betekenis van:
lening

lening (de ~ | meervoud leningen)
Zelfstandig naamwoord
  • het te leen geven/krijgen
"'een lening'/leningen voor [de aanschaf van apparatuur]"
"'een lening'/leningen aan ['noodlijdende bedrijven'/Oost-Europa]"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

lening
Zelfstandig naamwoord
  • het lenen van geld
"Hij heeft een lening afgesloten bij de bank."
lening
Zelfstandig naamwoord
  • een bedrag dat geleend wordt
"De lening bedraagt tienduizend euro."

Voorbeeldzinnen

  1. Toegekende lening
  2. Lening KfW
  3. Lening is volledig terugbetaald
  4. Lening van ISD
  5. Looptijd van de lening:
  6. Lening met winstdeelneming (TIB)
  7. Lening voor werkkapitaal
  8. In 1998 opgenomen lening
  9. de lening van 2008;
  10. Afstand participerende lening
  11. Via Inesga verstrekte lening
  12. Maximumlooptijd van de lening:
  13. Schuldvernieuwing en nieuwe lening
  14. De lening van 2001
  15. Lening met winstdeelneming