Betekenis van:
levend
levend
Bijvoeglijk naamwoord
- in leven
"het levende bewijs"
"de herinnering aan iets/iemand levend houden"
Voorbeeldzinnen
- Ik wil ze levend.
- Bijna alle honden zijn levend.
- Is die slang dood of levend?
- Levend of dood, ik zal altijd van je blijven houden.
- Ik weet niet of hij dood of levend is.
- Levend op het platteland, zoals hij dat deed, kwam hij zelden in de stad.
- Met de kracht van de waarheid heb ik levend het universum veroverd
- Levend ongedierte
- Eieren (levend)
- Levend pluimvee
- Levend gewicht
- gescheiden levend
- Vers, levend
- Levend gewicht in kg
- levend, vers of gekoeld