Betekenis van:
levend

levend
Bijvoeglijk naamwoord
  • in leven
"het levende bewijs"
"de herinnering aan iets/iemand levend houden"

Voorbeeldzinnen

  1. Ik wil ze levend.
  2. Bijna alle honden zijn levend.
  3. Is die slang dood of levend?
  4. Levend of dood, ik zal altijd van je blijven houden.
  5. Ik weet niet of hij dood of levend is.
  6. Levend op het platteland, zoals hij dat deed, kwam hij zelden in de stad.
  7. Met de kracht van de waarheid heb ik levend het universum veroverd
  8. Levend ongedierte
  9. Eieren (levend)
  10. Levend pluimvee
  11. Levend gewicht
  12. gescheiden levend
  13. Vers, levend
  14. Levend gewicht in kg
  15. levend, vers of gekoeld