Betekenis van:
lichaamsdeel

lichaamsdeel
Zelfstandig naamwoord
  • onderdeel van een lichaam
"Een arm is een voorbeeld van een lichaamsdeel."

Voorbeeldzinnen

  1. Een lichaamsdeel, het haar of een kledingstuk van een persoon wordt door de roterende onderdelen gegrepen; hierdoor ontstaat een trekkracht en druk op het lichaamsdeel
  2. Persoon steekt een lichaamsdeel tussen de bewegende onderdelen terwijl zij langs elkaar heen bewegen (schaarbeweging); het lichaamsdeel raakt geklemd tussen de bewegende onderdelen en wordt onder druk gezet (gesneden)
  3. Een testsonde die op conventionele wijze een lichaamsdeel of een gereedschap en dergelijke simuleert en die door een persoon wordt vastgehouden om de voldoende ruimte tot gevaarlijke delen te verifiëren.