Betekenis van:
lier
lier (de ~ | meervoud lieren)
Zelfstandig naamwoord
- hijswerktuig
"het loopt/gaat als een lier"
"een elektrische lier"
Hyperoniemen
lier (de ~ | meervoud lieren)
Zelfstandig naamwoord
- oud Grieks tokkelinstrument
"zijn lier aan de wilgen hangen"
Hyperoniemen
lier (de ~ | meervoud lieren)
Zelfstandig naamwoord
- snaarinstrument
"branden als een lier"
Synoniemen
Hyperoniemen
lier
Zelfstandig naamwoord
- een Grieks snaarinstrument
lier
Zelfstandig naamwoord
- een werktuig met kabel en wielen/trommels, dat gebruikt wordt om te hijsen, slepen of trekken
Voorbeeldzinnen
- 30, 31 en 33 Elke liertrommel moet geteld worden als één lier, ongeacht het aantal ankers of sleepkabels dat ermee verbonden is.
- „gesleepte vistuigen”: vistuigen, met uitzondering van sleeplijnen, die worden gesleept door het motorvermogen van het vissersvaartuig of die door middel van een lier worden opgehaald terwijl het vissersvaartuig geankerd ligt of langzaam vaart, met inbegrip van met name sleepnetten en dreggen: