Betekenis van:
looizuur

looizuur
Zelfstandig naamwoord
  • organisch zuur dat voorkomt in eikeschors, thee enz., dat huiden in leer doet overgaan

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. looizuur
  2. Looizuur
  3. Tannine (looizuur), alsmede zouten, ethers, esters en andere derivaten daarvan
  4. LOOI- EN VERFEXTRACTEN; LOOIZUUR (TANNINE) EN DERIVATEN DAARVAN; PIGMENTEN EN ANDERE KLEUR- EN VERFSTOFFEN; VERF EN VERNIS; MASTIEK; INKT
  5. Looi- en verfextracten; looizuur (tannine) en derivaten daarvan; kleur- en verfstoffen, verf en vernis en verfmiddelen; mastiek; inkt
  6. Looiextracten van plantaardige oorsprong; tannine (looizuur), alsmede zouten, ethers, esters en andere derivaten daarvan; kleurstoffen van plantaardige of dierlijke oorsprong
  7. Looi- en verfextracten; looizuur (tannine) en derivaten daarvan; pigmenten en andere kleur- en verfstoffen; verf en vernis; mastiek; inkt, met uitzondering van: