Betekenis van:
magie
magie (de ~)
Zelfstandig naamwoord
- gebruik van magische krachten; tovenarij; gebruik van magische krachten; magie of magische krachten
"zwarte magie"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
magie
Zelfstandig naamwoord
- toverkunst; kracht waar een tovenaar over beschikt om dingen te verwezenlijken die een bovennatuurlijke indruk maken