Betekenis van:
medeplichtigheid

medeplichtigheid (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • het ook schuldig zijn aan iets
"iemand verdenken van medeplichtigheid"
"medeplichtigheid aan [het misdrijf]"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen


Voorbeeldzinnen

  1. Uitlokking, hulp en medeplichtigheid
  2. Medeplichtigheid en aanzetting
  3. Uitlokking, medeplichtigheid, poging
  4. De lidstaten zorgen ervoor dat uitlokking van en hulp en medeplichtigheid aan de in lid 1 bedoelde opzettelijke handelingen strafbaar worden gesteld als een strafrechtelijk feit.
  5. Elke lidstaat neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat medeplichtigheid aan de in artikel 1 bedoelde gedragingen strafbaar wordt gesteld.
  6. Iedere lidstaat zorgt ervoor dat uitlokking van of medeplichtigheid aan een van de in de artikelen 2, 3 en 4 genoemde feiten strafbaar wordt gesteld.
  7. De lidstaten zorgen ervoor dat uitlokking van, of hulp bij en medeplichtigheid aan een met opzet begaan misdrijf als bedoeld in artikel 5 bis, leden 1 en 3, als misdrijf strafbaar worden gesteld.”.