Betekenis van:
medeweten
medeweten (het ~)
Zelfstandig naamwoord
- kennis die men heeft van iets samen met een ander of anderen
"buiten/zonder medeweten van [Pietje Puk]"
"met medeweten van [Pietje Puk]"
Hyperoniemen
Voorbeeldzinnen
- de erkende organisatie inlichten over alle uitzonderlijk en zonder medeweten en controle van de erkende organisatie uitgevoerd onderhoud;
- Medeweten, oogmerk of opzet, vereist als bestanddeel van de in de leden 2 en 4 bedoelde activiteiten, kunnen worden afgeleid uit objectieve feitelijke omstandigheden.
- Ma Gang bevestigde dat een hooggeplaatste manager inderdaad de verplichtingen van de verbintenis zoals hierboven beschreven had geschonden, maar wees erop dat deze persoon buiten het medeweten van Ma Gang had gehandeld en onmiddellijk was ontslagen.
- Indien een gedeelte van de geldelijke sanctie reeds in de beslissingsstaat of, met medeweten van de autoriteit die het certificaat heeft afgegeven, in een andere staat is voldaan, het betaalde bedrag vermelden: