Betekenis van:
meer

meer (het ~ | meervoud meren)
Zelfstandig naamwoord
  • geheel door land omsloten, met water gevuld bekken
"de Friese meren"

Hyperoniemen

Hyponiemen

meer
Zelfstandig naamwoord
  • een groot water dat helemaal omringd is door land.
meer
Zelfstandig naamwoord
  • een groot water dat helemaal omringd is door land.

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Meer kinderen, meer handen.
  2. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd.
  3. Ze heeft meer boeken.
  4. Ik wil veel meer.
  5. Laat ons meer doen.
  6. Eet meer groenten.
  7. Hoe meer, hoe beter.
  8. Ik wil veel meer.
  9. Eet meer verse groenten.
  10. Europa heeft meer cultuur!
  11. Ze heeft meer boeken.
  12. Hoe meer contact tussen de mensen, hoe meer misverstanden.
  13. Het Meer van Genève is het grootste meer van Zwitserland.
  14. Ik heb meer tijd nodig.
  15. Ik ben geen kind meer.