Betekenis van:
mei
mei
Zelfstandig naamwoord
- de vijfde maand van het jaar.
"In Nederland valt dodenherdenking op 4 mei en bevrijdingsdag op 5 mei."
mei
Zelfstandig naamwoord
- de vijfde maand van het jaar.
"In Nederland valt dodenherdenking op 4 mei en bevrijdingsdag op 5 mei."
mei (de ~ | meervoud meien)
Zelfstandig naamwoord
- met linten en bloemen versierde paal; benaming voor mei
Synoniemen
Hyperoniemen
Voorbeeldzinnen
- Ik kom op 23 mei.
- Zijn verjaardag is op 5 mei.
- In mei leggen alle vogeltjes een ei.
- Dat was op de eerste mei.
- Mei
- mei
- Duitsland, mei
- (maart/mei)
- Mei/juni
- Mei 2008
- België, mei
- mei 2006
- MEI 2009
- Mei 2005
- Mei 2004