Betekenis van:
melkboer

melkboer (de ~ | meervoud melkboeren)
Zelfstandig naamwoord
  • zuivelhandel(aar)
"dat is er zeker één van de melkboer"

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. "Vandaag is de melkboer begraven. Er was veel volk, want op het dorp kende iedereen hem." "O, is er in Linschoten een melkboer?" "Nou nee, nu dus niet meer!"