Betekenis van:
melkboer
melkboer (de ~ | meervoud melkboeren)
Zelfstandig naamwoord
- zuivelhandel(aar)
"dat is er zeker één van de melkboer"
Synoniemen
Hyperoniemen
Voorbeeldzinnen
- "Vandaag is de melkboer begraven. Er was veel volk, want op het dorp kende iedereen hem." "O, is er in Linschoten een melkboer?" "Nou nee, nu dus niet meer!"