Betekenis van:
melkvee

melkvee
Zelfstandig naamwoord
  • vee dat gehouden wordt vanwege de melkproductie

Voorbeeldzinnen

  1. Melkvee = 3.02.01.
  2. Runderen = P45 (melkvee) + 3.02.02.
  3. mengvoeders voor melkvee
  4. Fokken van melkvee
  5. Melkvee > 1/3 van de graasdieren; melkkoeien > 1/2 van het melkvee; melkvee < akkerbouw
  6. Melkvee > 1/3 van de graasdieren; melkkoeien > 1/2 van het melkvee; melkvee ≥ akkerbouw
  7. Bedrijven met veeteeltcombinaties: hokdieren en melkvee
  8. Bedrijven met combinaties van melkvee met akkerbouw
  9. Bedrijven met veeteeltcombinaties, accent op melkvee
  10. Bedrijven met combinaties van akkerbouw met melkvee
  11. Bedrijven met veeteeltcombinaties: hokdieren en melkvee
  12. Melkvee > 1/3 van de graasdieren; melkkoeien > 1/2 van het melkvee
  13. Melkvee > 1/3 van de graasdieren; hokdieren > 1/3; melkkoeien > 1/2 van het melkvee
  14. Bedrijven met veeteeltcombinaties, accent op graasdieren andere dan melkvee
  15. Bedrijven met veeteeltcombinaties: hokdieren en graasdieren andere dan melkvee