Betekenis van:
mensheid

mensheid (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • alle mensen v.d. wereld
"misdaden tegen de mensheid"
"de hele mensheid"

Synoniemen

Hyperoniemen

mensheid
Zelfstandig naamwoord
  • een verzamelnaam voor alle mensen ter wereld met al hun onderlinge sociale relaties
"Misdaden tegen de mensheid."

Voorbeeldzinnen

  1. Uiteindelijk zal ruimtevaart voor de gehele mensheid voordelig zijn.
  2. ZICH ERVAN BEWUST dat de culturele diversiteit tot het gemeenschappelijk erfgoed van de mensheid behoort en tot ieders voordeel moet worden gekoesterd en bewaard,
  3. Volgens Frankrijk moeten de begrippen „cultuur” en „cultureel erfgoed” van voornoemde bepaling een ruime interpretatie krijgen, dus met inbegrip van de wetenschappelijke cultuur en de gezondheidsbevordering, die een essentieel onderdeel is van het erfgoed van de mensheid.
  4. Zij benadrukken dat het spel in het algemeen een van de oudste culturele tradities van de mensheid vormt; dit geldt ook voor de interactie met andere culturele domeinen zoals de filmkunst, de muziek en de beeldende kunsten.
  5. OVERWEGEND dat cultuur in de loop van de tijd en in de ruimte diverse vormen aanneemt en dat deze diversiteit tot uiting komt in de originaliteit en de pluraliteit van de identiteiten en de cultuuruitingen van de volkeren en de samenlevingen die samen de mensheid uitmaken,
  6. Culturele diversiteit komt niet alleen tot uiting in de uiteenlopende vormen waarin het cultureel erfgoed van de mensheid dankzij de diversiteit van cultuuruitingen wordt geopenbaard, verrijkt en overgebracht, maar, ongeacht de gebruikte middelen en technologieën, ook via de verschillende wijzen om cultuuruitingen te scheppen, te produceren, te verspreiden, te distribueren en te genieten.